Terrein van het concentratiekamp Flossenbürg, 1940

Het aan­tal ge­vang­enen in het con­cen­tratie­kamp Flossenbürg stijgt con­ti­nu. De ver­volg­ing van nieuwe groe­pen maakt dat de sa­men­stel­ling van de groep ge­vang­enen fun­da­men­teel ver­an­dert.

Twee jaar na de op­rich­ting van het kamp zijn de cen­tra­le ge­bou­wen ger­eed. Een SS-on­der­neming, de Deutsche Erd- und Steinwerke (DESt), laat de ge­vang­enen on­der er­barme­lijke om­stand­ighe­den gra­niet del­ven. Sinds de op­rich­ting van het kamp zijn in­mid­dels meer dan 300 ge­vang­enen ge­stor­ven.


Eind 1938 ko­men de eerste po­li­tieke ge­vang­enen aan. Na het be­gin van de oor­log ont­wik­kelt Flossenbürg zich tot een con­cen­tratie­kamp voor men­sen uit alle be­zette Euro­pese landen. In 1940 wordt de eer­ste jood­se ge­vang­ene ge­regis­treerd.

Op dat mo­ment is de eerste bouw­fa­se van het kamp na­ge­noeg af­ge­rond, de steen­groeve is in ge­bruik ge­no­men. Meer dan 2.600 ge­vang­enen be­vin­den zich in het kamp, het sterfte­cijfer stijgt. Om de lijken te kun­nen rui­men laat de SS een cre­mat­orium bou­wen.