Vleugelproductie in Flossenbürg, uit een fotoalbum van de firma Messerschmitt, rond 1943

Het con­cen­tratie­kamp Flossenbürg ont­wik­kelt zich spoe­dig tot een eco­no­mische fac­tor van be­te­ke­nis in de re­gio. Vele fir­ma’s le­ve­ren wa­ren aan het kamp, ande­ren ’le­nen’ ge­vang­enen voor ver­schil­lende werk­zaam­he­den. Van­af 1942 kun­nen al­leen nog be­lang­rijke wa­pen­le­ve­ranciers de werk­kracht van de ge­vang­enen uit­bui­ten. Be­gin 1943 ver­plaatst de Messerschmittfabriek in Regens­burg een deel van haar pro­ductie naar Flossenbürg.

Sinds 1940 die­nen re­gio­nale on­der­ne­mingen, diens­ten en pri­vé­per­so­nen ver­zoe­ken in bij de Kommandantur in Flossenbürg voor ge­vang­enen. Voor kor­te tijd wor­den zij on­der be­wa­king in­ge­zet in de land­bouw of voor hand­werk.


Van­af 1942 stelt de Duit­se lei­ding zich in op een lange oor­log. De SS richt in fe­bru­ari 1942 het Wirt­schafts-Verwaltungshauptamt (WVHA) op. De­ze cen­tra­le in­stan­tie moet ga­ran­deren dat ge­vang­enen al­leen nog wor­den in­ge­zet in de wa­pen­indu­strie. Ve­le fir­ma’s ver­plaat­sen hun pro­duc­tie naar con­cen­tratie­kam­pen. In 1943 wordt ook in Flossenbürg een wa­pen­pro­du­cent ge­ves­tigd. Op het steen­groeve­ter­rein moe­ten ge­vang­enen de­len voor het jacht­vlieg­tuig ME 109 pro­du­ce­ren en mon­te­ren.

Te­gen het ein­de van de oor­log wer­ken 5.000 ge­vang­enen voor Messerschmitt. Het werk in de steen­groeve ligt na­ge­noeg stil.