Quarantainebarakken in Flossenbürg na de bevrijding,
30 april 1945 (National Archives, Washington D.C.)

De SS be­gint hal­ver­wege het jaar 1944 met de ont­rui­ming van con­cen­tratie­kam­pen in be­zet Euro­pa. In Flossenbürg ko­men enor­me ge­vang­enen­trans­por­ten aan.

Con­cen­tratie­kamp­ge­vang­enen zijn op dit ogen­blik de eni­ge be­schik­bare re­ser­ves voor de wa­pen­in­du­strie. Door de per­ma­nente over­be­vol­king ver­slecht­eren de om­standig­he­den voort­du­rend. Eind 1943 zijn er meer dan 3.300 ge­vang­enen, een jaar la­ter is dat aan­tal al ge­ste­gen tot 8.000. Op 1 maart 1945 zijn 15.445 men­sen in Flossenbürg ge­ïn­ter­neerd.

Als ge­volg van de ont­rui­ming van de con­cen­tratie­kam­pen Auschwitz, Groß-Rosen en Plaszow wor­den voor het eerst sinds 1942 dui­zen­den joodse ge­vang­enen naar Flossenbürg ge­de­por­teerd. Na de neer­ge­slagen op­stand van Warschau ko­men daar 3.000 Po­len bij.


In Flossenbürg wor­den nieuw­ko­mers naar de qua­ran­tai­ne­ba­rak ge­stuurd. In elk van de­ze ba­rak­ken hui­zen tot 1.500 men­sen. Wie wordt in­ge­deeld in een werk­com­man­do moet voor Messerschmitt in Flossenbürg wer­ken of in één van de ve­le pas op­ge­richte bui­ten­kam­pen. Ar­beids­on­geschik­ten wor­den door de SS naar de bei­de sterf­ba­rak­ken 22 en 23 ge­bracht. Ziek­te, hong­er en uit­put­ting lei­den in de win­ter van 1944 tot snel stij­gen­de sterfte­cij­fers. In geen en­kele fa­se ster­ven meer ge­vang­enen dan in het laat­ste oor­logs­jaar.