Executieplaats naast het crematorium, US Army Signal Corps, 30 april 1945
(National Archives, Washington D.C.)

In het con­cen­tratie­kamp Flossen­bürg ster­ven van­af het be­gin ge­vang­enen. Ze ver­hong­eren, be­vrie­zen en wor­den wil­lekeu­rig ver­moord. Na vlucht­po­ging­en of ver­meen­de sa­bo­tage wor­den ge­vang­enen als af­schrik­wek­kend voor­beeld op de appel­plaats op­ge­hang­en. Sinds fe­bru­ari 1941 ver­moordt de SS in gro­ten ge­tale ge­vang­enen uit be­paal­de groe­pen.

De SS pro­beert de mas­sa-exe­cu­ties in het ge­heim uit te voe­ren. Des­on­danks blij­ven ze niet on­be­merkt. De ge­vang­enen zien exe­cu­tie­com­mando’s van de SS in het kamp, me­de­ge­vang­enen ver­dwij­nen spoor­loos.


Lij­ken­dra­gers en cre­ma­to­rium­com­man­do’s moe­ten de stof­fe­lijke res­ten van de slacht­of­fers rui­men. Ge­vang­enen­schrij­vers stre­pen hun na­men door.

Tij­dens doel­ge­richte ac­ties ver­moordt de SS Pool­se ge­vang­enen, buit­en­land­se dwang­ar­bei­ders, Rus­sische krijg­sge­vang­enen en zie­ken, ou­den van da­gen of ge­handi­capte con­cen­tratie­kamp­ge­vang­enen. Kort voor het ein­de van de oo­rlog be­vin­den zich ve­le ver­zets­strij­ders on­der de slacht­of­fers. De SS in het con­cen­tratie­kamp Flossenbürg is bij mins­tens 2.500 sys­te­ma­tische moor­den be­trok­ken.