Concentratiekampgevangene op het station van Roztoky, heimelijke opname van Vladimir Fyman, 30 april 1945 (Středočeské Muzeum, Roztoky)

Be­gin april 1945 be­gint de ont­rui­ming van het con­cen­tratie­kamp Flossenbürg en zijn bui­ten­kam­pen. Pal voor het ein­de van de oor­log ster­ven dui­zen­den ge­vang­enen tij­dens de do­den­mar­sen aan uit­put­ting, wor­den neer­ge­scho­ten of dood­ge­sla­gen. Ve­len pro­be­ren te vlucht­en.

Op 23 april be­reikt het Ameri­kaan­se le­ger het con­cen­tratie­kamp Flossenbürg. Men vindt 1.500 zieke men­sen. De mee­ste ge­vang­enen zijn op dat mo­ment op do­den­mars. De laat­ste ge­vang­enen uit de­ze groep wor­den op 8 mei be­vrijd door ge­alli­eerde troe­pen.

Be­hal­ve dui­zen­den ge­vang­enen uit de pas ont­ruim­de kam­pen Groß-Rosen en Buchenwald de­por­teert de SS ook Sonderhäftlinge (spe­ciale ge­vang­enen) naar Flossenbürg. En­ke­len van hen wor­den doel­ge­richt om­ge­bracht, zo­als de pre­di­kant Dietrich Bonhoeffer.


Voor­dat de SS het kamp ont­ruimt, wor­den de spo­ren van hun moord­da­dig­heid uit­ge­wist. Van­af mid­den april ’eva­cu­eert’ de SS meer dan 40.000 ge­vang­enen uit het hoofd­kamp en ve­le bui­ten­kam­pen rich­ting het zui­den. Met da­gen­lange, cha­oti­sche, voet­mar­sen en trans­por­ten in open goe­de­ren­wa­gens doet de SS een po­ging om de ge­vang­enen uit de greep van de ge­alli­eer­den te hou­den. En­ke­le be­wa­kers ver­moor­den he­le groe­pen ge­vang­enen, an­de­ren de­ser­te­ren. In tal­loze dor­pen wor­den lij­ken ach­ter­ge­la­ten. Ve­le ge­vang­enen ster­ven nog na de be­vrij­ding aan uit­put­ting en ziek­ten.